Gezondheid en Actieve Leefstijl
In 2008 heeft NISB ook op het gebied van Gezondheid en Actieve Leefstijl verschillende aanpakken en werkwijzen gerealiseerd om mensen in beweging te krijgen.
Communities in Beweging
Communities in Beweging is een werkwijze die gericht is op inactieve mensen met een lage sociaal economische status. Binnen een aantal weken ervaren de deelnemers plezier in bewegen, neemt hun zelfvertrouwen toe, ontwikkelen ze initiatieven, leren ze meer over gezonde voeding en kennen meer vormen van laagdrempelig bewegen. Het einddoel is om de deelnemers structureel meer te laten bewegen. De aanpak vraagt veel van de afnemers, de betrokken professionals, de doelgroep en NISB; daarom is het nog niet breed verspreid en toegepast. Er komt wel steeds meer vraag naar deze aanpak, zoals in 2008 van de gemeenten Amsterdam en Oss en de stichtingen MEE. Daarnaast wordt de methodiek in bestaande locaties als Helmond, Den Bosch, Haarlem en Rotterdam breder verspreid. CiB sluit aan bij de uitvoering van het Nationaal Actieplan Sport en Bewegen. Op internationaal niveau is Communities in Beweging in 2008 gepresenteerd in Kopenhagen, Glasgow, Amsterdam en tijdens de internationale werkconferentie van NISB in Wageningen. Dit jaar is een traject ingezet voor de certificering van de aanpak door Centrum Gezond Leven, in samenwerking met Wageningen Universiteit.
Overgewicht in de wijk
Het project ‘Overgewicht in de wijk’ is een meerjarenproject dat in 2007 is gestart. (Inmiddels heeft het de naam ‘De wijk, een bron van energie’ gekregen.) Partners in 2008 waren NIGZ en Voedingscentrum. Het project mikt op een integrale wijkgerichte aanpak om overgewicht van jeugd te voorkomen of terug te dringen, waarbij met name de fysieke en sociale omgeving beter in beeld komen. De omgeving kan een belangrijk effect hebben bij de bestrijding van overgewicht, terwijl de meeste preventiemethodes uitgaan van individuele gedragsveranderingen. In 2008 zijn zes pilots uitgevoerd in Leeuwarden, Zwolle, Delft, Hilversum, Dordrecht en Hellendoorn. Samenwerking tussen gezondheidssector en de sport- en beweegsector staat nog in de kinderschoenen en dat is ook te merken in de pilotgemeenten: de planning wordt niet altijd gehaald. Er is meer ondersteuning nodig om buiten de gewone kaders en met nieuwe sectoren te leren werken. Gemeenten moeten in het project nieuwe activiteiten ontwikkelen op het terrein van sociale en fysieke omgeving. In Leeuwarden is bijvoorbeeld Ouder- en Kindsport geďntroduceerd, in Zwolle is een buurtsportclub voor jongeren opgericht en zijn er gezonde kookcafé’s gehouden en in Dordrecht wordt kinderen gevraagd hun ideale sport- en beweegplein te bedenken.
Sport en bewegen door ouderen
Bij 55-plussers (en bij allochtone 45-plussers) is veel gezondheidswinst te behalen als ze (weer) in beweging komen. NISB heeft hiervoor verschillende aanpakken ontwikkeld.
Op strategisch niveau werkt de Landelijke Taskforce 50+ aan draagvlak voor beter en meer sport- en beweegaanbod voor vijftigplussers. Lokale taskforces kunnen weer van belang zijn bij een netwerkaanpak ouderen. In 2008 zijn negen pilotlocaties van start gegaan met zo’n aanpak, die zich richt op het tot stand brengen van lokale netwerken voor bewegingsstimulering voor ouderen. Internationaal is er ook veel te leren en af te stemmen: in 2008 is besloten dat NISB gaat meedoen in het Europese project EUNAPA, waar programma’s en projecten voor ouderen worden onderzocht.
Consument en Veiligheid en NISB werken samen in de aanpak ‘Bewegen valt goed’, gericht op valpreventie bij allochtone ouderen. In Enschede, Rotterdam, Tilburg en Alkmaar zijn de proefprojecten goed ingebed in het beleid en worden ze voortgezet. De belangstelling voor de aanpak is groot: inmiddels zijn na een landelijke kick-off in september 24 pilots van start gegaan, mede door de inzet van provinciale consulenten.
Het bestaande bewegings- en voorlichtingsprogramma In Balans kwam in 2008 hernieuwd in de belangstelling. Zo zijn er plannen voor een pilot in Parkstad om systematisch ouderen op te sporen die in de risicogroep vallen. In 2008 deden landelijk 1200 ouderen mee aan een cursus. Bij de groei van het aantal sport- en beweegactiviteiten voor ouderen, is er ook meer behoefte aan gekwalificeerde leiders: ook daar is in 2008 onderzoek naar gedaan, dat in 2009 wordt gepubliceerd. Helemaal nieuw is ‘Beweegpret, 55+ aan Zet’, een aanpak gebaseerd op Beweegkriebels/Beweegplezier vanaf 4, waarin ouderen worden uitgedaagd tot een actieve(re) leefstijl. In 2009 wordt dit in de praktijk getest.
Zorg
Een ketenaanpak actieve leefstijl kan mensen met een chronische aandoening activeren. Dan gaat het er onder meer om dat mensen die eerst bij de fysiotherapeut bewegen, goed doorstromen naar regulier sport- en beweegaanbod in hun omgeving. In Nijmegen, Rotterdam en Leiden heeft NISB locaties ondersteund bij het bewerkstelligen van deze doorstroom. Daarmee is ook meer kennis verzameld over succes- en faalfactoren: wanneer haken patiënten af en waardoor worden ze gemotiveerd om door te gaan met hun actieve leefstijl? Deze ervaringen zijn beschreven in een brochure met vijf good practices. Ook vanuit de BeweegKuur (nu voor mensen met diabetes type 2) komt steeds meer kennis beschikbaar, zoals de kosteneffectiviteit van de ketenaanpak en de competenties die nodig zijn voor beweegcoaches en leefstijladviseurs/consulenten.
In 2008 heeft NISB haar pijlen specifiek gericht op twee doelgroepen: COPD/astma en depressie. In dit kader zijn eind van het jaar expertmeetings gehouden die resulteren in verdere samenwerking met enerzijds het Astmafonds en anderzijds het Trimbos Instituut, om zo tot goede ketenaanpakken te komen waarin bewegen een belangrijke rol speelt (zie ook Hoogtepunten: maand december).
Werk
NISB wil de spin in het web worden op het gebied van beweegstimulering op en rondom de werkplek. In 2008 is in het project ‘Vitale werknemer’ speciaal kennis ontwikkeld over het ontwikkelen en uitvoeren van beweegbeleid, specifiek voor in- en semi-actieve werknemers. Zeven pilots in de zorg, zakelijke dienstverlening en overheid zijn ondersteund bij het opzetten en verankeren van beweegbeleid op hun locaties. De resultaten van deze pilots zijn vastgelegd in het BRAVO-kompas, een digitaal instrument waarin veel kennis over werk en gezondheid voor alle professionals en organisaties toegankelijk is. Het prototype van dit digitaal 7-stappenplan was eind 2008 klaar; in februari 2009 is het gepresenteerd.
TNO heeft begin 2008 een rapport opgeleverd waarin in opdracht van NISB is uitgezocht welke drie sectoren het meeste risico hebben op bewegingsarmoede van werknemers: voedings- en genotsmiddelen, vervoer en transport en tenslotte papier en drukkerijen. NISB zoekt specifiek samenwerking met deze branches.
Ervaringen in 2008 hebben geleerd dat bedrijven niet willen meewerken aan een aanpak die zich alleen richt op inactieve werknemers, maar dat zij liever kiezen voor een brede aanpak voor alle werknemers. Ook is gebleken dat het bij de benadering van kleinere bedrijven kansrijker is om aan te sluiten bij thema’s als levensfasebewust personeelsbeleid, dan om alleen aandacht voor bewegen te vragen.
Door middel van veel kennisbijeenkomsten, presentaties op congressen en artikelen heeft het project ‘Vitale werknemer’ bekendheid opgebouwd in Nederland: het werkveld blijkt veel behoefte te hebben aan de activiteiten en producten van NISB.
