Jeugd, Sport en Bewegen in de BOS-driehoek
BOS-beleid en informatie
Hoe werk je achterstandssituaties op het gebied van bewegen weg door samenwerking in de driehoek Buurt, Onderwijs en Sport? NISB ontwikkelt beleid, doet onderzoek, adviseert en bevordert deskundigheid op het terrein van BOS. In 2008 zijn 114 gemeenten benaderd en bevraagd op de behoefte aan advisering en ondersteuning bij de uitvoering van de BOS-impuls. Met name kleinere gemeenten zijn heel enthousiast over de activiteiten die ze in dat kader ontwikkelen en zijn daar met recht trots op. In grotere gemeenten blijkt het moeilijker te zijn de samenwerking vanuit de drie hoeken te coördineren. De ondersteuning van provinciale sportraden en sportservices is van groot belang. Alle gemeenten en provinciale sportraden zijn in november 2008 voorzien van het handige boekje ‘BOS op zak’, een handreiking voor opzet, inbedding en uitvoering van lokale BOS-projecten.
NISB doet voortdurend onderzoek naar het optimaal organiseren van BOS-projecten en het bereiken van een zo groot mogelijk effect op het terugdringen van bewegingsarmoede onder kinderen en jongeren. Zo blijkt onder meer dat vrijwilligersorganisaties en sportverenigingen steeds wel in de plannen voorkomen, maar dat zij niet bij de planvorming zelf betrokken worden. Het advies is dan duidelijk: eerder informeren en betrekken levert een beter eindresultaat op.
Verder is er een inventarisatie van de instroom naar de BOS-impuls geweest, waarbij werd gekeken waarom bepaalde projecten zijn afgewezen. Veelal blijkt dit te maken te hebben met een gebrek aan onderzoeksgegevens: monitoring is nog niet de hoogste prioriteit bij de BOS-projecten. Gemiddeld telt elk project negen samenwerkingspartners en ligt de coördinatie bij een professional als een BOS-coördinator of een bewegingsconsulent.
Sport en onderwijs
Brede school en combifuncties
Meer sportieve scholen met een gevarieerd en aantrekkelijk sport- en beweegaanbod voor, tijdens en na schooltijd met inzet van een combinatiefunctionaris is een belangrijk doel voor NISB. In 2008 is de website www.sportenonderwijs.nl opgezet om te laten zien welke mogelijkheden er zijn met ondersteuning van NISB. Brede scholen kunnen gebruik maken van een stappenplan om te bouwen aan een sportieve school. De dvd ‘Kinderen en ouders samen actief’ is gemaakt als voorlichtingsmateriaal voor ouders, in combinatie met een presentatie op school. Samen met kenniscentrum Calibris heeft NISB een landelijk congres georganiseerd over combinatiefuncties (zie ook Hoogtepunten: maand juni).
Uit onderzoek blijkt dat steeds meer scholen het bevorderen van gezondheid als doel zien van sport en bewegen en dat er ook meer wordt samengewerkt met sportieve partners. De GGD is vaak nog buiten beeld. De realiteit op de scholen zelf is vaak dat het schoolplein nog te weinig uitdaagt tot bewegen en dat de ruimte in de gebouwen zelf te wensen overlaat. Toch ziet een merendeel kansen om meer naschoolse beweegactiviteiten te gaan aanbieden.
Op 10 december 2007 werd de impulsregeling ‘Brede school, sport en cultuur’ bekend, waarvoor Vereniging Sport en Gemeenten de ondersteuning heeft opgezet in 2008. In samenspraak met VSG heeft NISB een aangepast stappenplan geproduceerd en ingezet op de beroepsontwikkeling van nieuwe combinatiefunctionarissen.
Gezonde school in samenwerking met CGL
De Gezonde school-methode mikt op een betere afstemming van gezondheidsbevorderende instellingen op de behoeften van de school. In de praktijk benaderen veel van zulke organisaties de scholen rechtstreeks en nog onvoldoende op elkaar afgestemd. NISB is ervan overtuigd dat de ervaringen uit de praktijk een belangrijke bijdrage kunnen leveren aan een goede methode die bij scholen ‘landt’. NISB heeft in 2008 een bijdrage aan deze methode geleverd in werk- en klankbordgroepen.
Daarnaast hebben medewerkers interviews afgenomen bij zes GGD’en en zes scholen die werken aan verschillende projecten op het gebied van schoolgezondheidsbeleid. Deze procesevaluatie wordt begin 2009 door RIVM gepubliceerd. In 2008 is de Gezonde School overgeheveld van NIGZ naar het nieuwe Centrum Gezond Leven. Niet alle ambitieuze plannen werden in 2008 gerealiseerd.
Richtlijnontwikkeling Jeugdgezondheidszorg
In het werkpakket van de jeugdgezondheidszorg is ‘bewegen’ op dit moment nog niet opgenomen. De minister van VWS heeft CGL opdracht gegeven een richtlijn te ontwikkelen waarmee de jeugdverpleegkundigen en – artsen meer aandacht gaan besteden aan dit onderwerp. De inbreng van NISB in deze ontwerp-richtlijn (eind 2008 concept-advies) is duidelijk herkenbaar. Jeugdgezondheidszorg kan naast school en sportvereniging op lokaal niveau ook een belangrijke bijdrage leveren aan het activeren van te weinig actieve kinderen en jongeren.
Gezonderwijs.nl
Gezonderwijs.nl is een samenwerkingsverband met de Hartstichting, het Voedingscentrum en de Nederlandse Zuivelorganisatie: het biedt sinds 2007 op internet een overzicht van landelijk beschikbare projecten, instrumenten en lesmateriaal voor het onderwijs op het gebied van gezondheid. Bij de start alleen voor primair onderwijs, maar in 2008 is de site uitgebreid voor het voortgezet onderwijs.
Uit interviews met docenten blijkt dat dat nieuwe onderdeel goed gewaardeerd wordt, vanwege het gebruiksgemak. Maar aan de bekendheid van Gezonderwijs.nl moet nog verder worden gewerkt: in het primair onderwijs kent 19 procent de site en heeft de helft daarvan de site bezocht. Positief nieuws: 77 procent van de basisscholen besteedt al aandacht aan voeding en/of beweging.
Naschoolse sportieve opvang
Ouders die hun kind naar de buitenschoolse opvang brengen, willen dat die opvang bijdraagt aan de ontwikkeling van hun zoon of dochter. Sport en bewegen is daarbij een belangrijk onderdeel. Het activiteitenboek ‘Aan (de) slag met sporten in de BSO’ (tweede druk in 2008) is een praktisch en veelgevraagd hulpmiddel van NISB om daar invulling aan te geven. In 2008 bleek er veel belangstelling voor de methode ‘Beweegplezier vanaf 4’. De vraag naar het opleiden van trainers is groot. Steeds meer wordt de kennis van Beweegplezier vanaf 4 geïntegreerd in het opleidingscurriculum.
Vmbo
Vmbo-leerlingen sporten en bewegen gemiddeld minder dan hun leeftijdgenoten op andere scholen. Daarom wordt extra aandacht aan deze doelgroep besteed, ook vanuit de campagne 30minutenbewegen. De school zelf is ook van belang: zo kan deze extra sportmogelijkheden in huis halen en tijdens tussenuren en/of na schooltijd ruimte geven voor sport en spel. Een projectweek kan een mooie start zijn van een sportievere school.
In 2008 heeft NISB op twintig vmbo-scholen geïnvesteerd in gevarieerder en aantrekkelijker sport- en beweegaanbod. Daarbij gaat extra aandacht uit naar het stimuleren van inactieve leerlingen, met name via de nieuwe methode ‘Alle leerlingen Actief’. Deze methode is getest op de scholen waar NISB al intensief contact mee heeft. Het blijkt een kansrijke interventie om op individueel niveau jongeren te stimuleren weer in actie te komen. Scholen vinden het soms moeilijk te kiezen welke interventie voor hun school het meest geschikt is en waar ze eerst prioriteit aan zullen geven. NISB heeft in 2008 samen met vmbo-scholen gewerkt aan de ontwikkeling van een diagnostisch model dat scholen stap voor stap verder helpt bij deze keuzes (zie ook Hoogtepunten: maand augustus). De definitieve vorm is nog niet vastgesteld.
Maatschappelijke stage in de sport
Meer dan vijfhonderd jongeren hebben in 2008 een maatschappelijke stage in de sport gelopen, via een van de pilots van NISB in samenwerking met de provinciale sportraden. Scholen kunnen tot 2011 nog experimenteren, maar vanaf schooljaar 2011-2012 zijn ze verplicht hun leerlingen een maatschappelijke stage aan te bieden.
NISB heeft in 2008 samen met vijf provinciale sportraden een intensief traject doorlopen om de maatschappelijke stage in de sport voor te bereiden: gemeenten en scholen zijn geselecteerd, er zijn per locatie lokale werkgroepen ingesteld, zodat de partijen onderling afspraken konden maken. NISB kan zelf geen stages realiseren, maar draagt zorg voor de coördinatie, kennisontwikkeling en – uitwisseling en communicatieproducten als een dvd en een flyer voor sportaanbieders.
De pilots zijn goed gemonitord en geëvalueerd; de succesfactoren zijn helder geformuleerd in een brochure. De samenwerking met de provinciale sportraden is uitstekend in dit project: zij voelen zich betrokken en dragen een belangrijk steentje bij aan de ontwikkeling van de producten. - schoolsportverenigingen in mbo
Hoe kan inzet van sport en bewegen helpen om het aantal vroegtijdige schoolverlaters op het middelbaar beroepsonderwijs te verlagen? In overleg met vertegenwoordigers van ROC’s en de MBO Raad is dit jaar een projectplan opgesteld met de titel ‘De kracht van sport in het (v)mbo, een sportieve aanval op schooluitval’.
De insteek is om jongeren te binden aan school via het organiseren van naschools sport- en beweegaanbod, vooral in de vorm van schoolsportverenigingen. Leerlingen moeten zelf grote invloed kunnen uitoefenen op de keuze van het aanbod en zelf de vereniging opzetten. Die binding is vervolgens een belangrijke kapstok om jongeren niet alleen aan school, maar ook aan de studie te binden. Veel interventies kunnen met relatief kleine aanpassingen worden ingezet in het mbo: individuele leefstijlcoaching (Alle leerlingen actief), leerlingparticipatie volgens de lijnen van WhoZnext, leefstijlscans van de MBO Raad en elementen van de Dubbel30-campagne.
In 2009 zal het plan worden uitgevoerd, uiteraard met een nulmeting en monitoring, zodat later duidelijk wordt wat de succesfactoren zijn in deze aanpak.
Jeugd, gezin en wijk
Beweegkriebels en opvang
Beweegkriebels is de methodiek om kinderen van 0 tot 6 jaar spelenderwijs meer te laten sporten en bewegen. NISB draagt de kennis van deze methodiek over via gecertificeerde trainers die ook regelmatig worden bijgeschoold op nieuwe modules. Ook docenten van de opleidingen Sport en Bewegen en Sociaal Werk zijn opgeleid in deze methodiek, zodat de kennis op studenten kan worden overgedragen.
In 2008 zijn de modules ‘Eetplezier en Beweegkriebels’ (met Voedingscentrum) en ‘Vallen van hoogte’ (met Consument en Veiligheid) ontwikkeld. Dankzij het project ‘Beweegkriebels en opvang’ besteden meer kinderopvangorganisaties structureel aandacht aan bewegen in het kader van preventie. Daar is ook alle reden toe, gezien de trends van overgewicht, bewegingsarmoede en een inactieve leefstijl. In 2008 hebben 2500 organisaties (o.a. jeugdgezondheidszorg, kinderopvang, thuiszorg, welzijnsorganisaties, opleidingen, grote en middelgrote gemeenten) de brochure ‘De kracht van Beweegkriebels’ ontvangen. Voor veel professionals wordt nu helder hoe Beweegkriebels kan bijdragen aan preventie van overgewicht en het ontwikkelen van een actieve leefstijl.
In samenhang met de campagne 30minutenbewegen zijn voor kinderen en hun ouders twee sets Beweegkaarten ontwikkeld. Kinderen kunnen daarmee samen of alleen aan de slag in hun eigen omgeving.
Buitenruimte voor de jeugd
Kinderen en jongeren moeten meer kans krijgen te sporten en bewegen op andere locaties dan sportaccommodaties en sportparken. In 2008 heeft NISB samen met partners twee opvallende initiatieven genomen: Natuursprong en Gezonde playground.
Natuursprong moet een vast aanbod van spelen en bewegen worden in de speelbossen van Staatsbosbeheer. In twee pilots in Breda en Nijmegen wordt het door NISB ontwikkelde spelprogramma ‘Spelen tot je groen ziet’ getest. Door NISB getrainde lokale sportbuurtwerkers verzorgen een programma voor groepen kinderen van buitenschoolse opvang, brede scholen en jeugdwerk. Jantje Beton is de derde partner in Natuursprong: deze organisatie zorgt voor de contacten voor de bushuur zodat het jeugdwerk de speelbossen kan bezoeken. De pilots lopen door tot 2010; er zullen nog meer pilotlocaties bij komen. Dit sympathieke project krijgt landelijk veel aandacht, ook in de media.
Met de Krajicek Foundation is het project Gezonde playground gestart, met een financiële bijdrage van het Convenant Overgewicht. Veel partijen, waaronder gemeenten, brede scholen, wijkorganisaties en sportleiders van de playgrounds, hebben een bijdrage geleverd aan de visie op wat een Gezonde playground zou moeten zijn. Uiteindelijk moeten in alle krachtwijken playgrounds komen waar kinderen en hun ouders geïnspireerd worden om meer te bewegen en gezonder te eten.
Beweegkriebels op Aruba
De methodiek Beweegkriebels/Beweegplezier vanaf 4 heeft ook op Aruba en andere Antilliaanse eilanden belangstelling getrokken. In 2008 is ter plaatse onderzocht of en zo ja hoe de aanpak moet worden vertaald naar het plaatselijk beleid en de andere leefomgeving (zie ook Hoogtepunten: maand mei). Daarnaast zijn er twee trainingen gegeven, in mei en in december.
Om echt aan de slag te kunnen met Beweegkriebels, heeft Aruba zelf trainers nodig. In december zijn twaalf docenten opgeleid tot trainer, waaronder ook docenten uit Curaçao en Bonaire. Verder is de basis gelegd voor een netwerk om te komen tot een structureel beweegaanbod via de BOS-aanpak op Aruba. Een goed voorbeeld daarvan is de vraag om de training Beweegplezier vanaf 4 op te kunnen nemen in de opleidingen voor groepsleiders op Aruba. Ook de werknemers van de Arubaanse sportorganisatie IDEFRE willen een train-de-trainertraject volgen voor deze methodiek voor vier- tot twaalfjarigen.
